Simplon Jongerenhotel headerfoto

Zoeken

Geschiedenis pand Simplon (Poppodium)

 

Van 'vleeschconserven' tot 'jongerencultuurpodium'


Het Boterdiep (1912) met fabriek Gerzon, foto: P.B. Kramer

Het begint allemaal met de in Nieuweschans geboren joodse slager Juda Gerzon, die zich in 1858 in de stad vestigt. Na zijn overlijden in 1878 zet zijn weduwe het bedrijf voort. Deze Saartje Schaap doet dit met ijzeren hand en laat haar kinderen meewerken. Haar zonen Jozef en Mozes leidt ze op om het bedrijf over te nemen. Terwijl de voor het slagersvak minder geschikt geachte zonen Eduard en Lion door hun moeder worden gestimuleerd te kiezen voor de handel, wat leidt tot de oprichting van het Modehuis Gebr. Gerzon.


Huidige pand
Onder leiding van Jozef en Mozes Gerzon wordt de slagerij in 1892 van de Oude Ebbingestraat verplaatst naar het Boterdiep.
In 1910 wordt de firma Weduwe Gerzon omgezet in 'NV vleeschconservenfabriek', waardoor verdere groei mogelijk is.
Vier jaar later telt Gerzon 77 werknemers en ontstaan er plannen voor de bouw van een groter bedrijfspand. In 1916 is het zover en verrijst aan het inmiddels gedempte Boterdiep het huidige pand.


Gerzon aan het Boterdiep omstreeks 1930, foto: L. Houttuin
 
Na de pensionering van Jozef vormen zijn broer Mozes en diens zoon Lion Mozes de directie. Als ook Mozes de pensioengerechtigde leeftijd bereikt, gaat het bedrijf met 1 directeur verder. Deze Lion krijgt eind jaren twintig met een economische crisis te maken, die het einde van het familiebedrijf inluidt. De aandeelhoudersvergadering besluit de NV per 15 september 1930 te ontbinden. Procuratiehouder Machiel Moritz Polak handelt de liquidatie af en begint voor zichzelf ondertussen een bedrijf in 'vleeswaren en andere levensmiddelen'.

Tot 1935- gedurende de afwikkeling van de liquidatie- vindt Polak nog onderdak in het pand aan het Boterdiep, daarna houdt hij bedrijf aan huis in de Amalia van Solmsstraat. Een deel van het fabrieksgebouw aan het Boterdiep wordt in 1930 katholiek (St. Franciscushuis) en in de rest van het complex komen bedrijfjes. Zo vinden de fascistische Italiaanse ijsfabrikant Belfi en handelsdrukker Kubbenga er onderdak en wordt het gebruikt door machinefabriek Postema, Kroeze en Co.

Simplon fabriek
In 1939 verhuizen Antonius Jacobus Mol en Johannes Christoffer Nieubuurt hun 'fabricage en verkoop van motorkleding, regenjassen en aanverwante artikelen' van de Kleine Kromme Elleboog naar het Boterdiep. Na het overlijden van Mol wordt de firma in 1946 ontbonden. Nieubuurt begint ergens anders voor zichzelf en twee zonen van Mol starten aan het Boterdiep een fabriek in regen-, sport-, uniform- en vakkleding onder de naam 'Simplon'.

De Groninger confectie-industrie en Simplon beleven in de jaren '50 gouden tijden, maar met de vorming van de Europese Economische Gemeenschap begint de achteruitgang. De EG geeft concurrentie en als de Nederlandse lonen in de jaren 60 explosief stijgen, schrompelt confectie-industrie ineen. Failissementen en fusies zijn aan de orde van de dag en in 1974 is de 'Gebr. Mol Simplon Kleding' aan de beurt.

Stichting Simplon
Een groot deel van het voormalige bedrijfspand komt leeg te staan, tot jongeren er hun oog op laten vallen. Het van 1969 tot '73 in een pakhuis aan de Zoutstraat 14- Noorderhaven 53 gevestigde jongerencentrum Chappaqua is na een binnenbrand op zoek naar een nieuw onderkomen. De dakloze Chappaqua-jongeren zijn het wachten in '75 zat en proberen met een demonstratieve kersthappening het voormalige Simplon-pand uit. Dat bevalt zo goed dat op 28 april '76 de Stichting Simplon ontstaat. De gemeente stelt een deel van het oude fabrieksgebouw ter beschikking en na een verbouwing wordt in de zomer van '77 het nieuwe jongerencentrum geopend.

(bron: www.benohofman.nl)

Fabrieksschoorsteen
De voormalige fabrieksschoorsteen, de enig overgebleven in de binnenstad van Groningen, werd in 2013 gerestaureerd en geldt nu als herkenningsteken voor het CiBoGaproject en voor het Ebbingekwartier.